Niet elke las is hetzelfde
In de industrie wordt dagelijks gelast: reparaties aan machineframes, aanpassingen aan leidingwerk, herstellingen aan transportbanden, constructiewerk aan silo’s en platforms. Maar niet elke las vraagt om dezelfde techniek. De keuze tussen TIG en MIG lassen hangt af van het materiaal, de dikte, de omgeving, de gewenste naadkwaliteit en de snelheid waarmee het werk uitgevoerd moet worden.
Voor productiebedrijven die laswerk laten uitvoeren, is het nuttig te begrijpen wat het verschil is tussen de meest gebruikte lastechnieken. Zo kunt u beter inschatten wat u van uw lasbedrijf mag verwachten en welke techniek geschikt is voor uw specifieke situatie.
Wat is MIG/MAG lassen?
MIG (Metal Inert Gas) en MAG (Metal Active Gas) lassen zijn varianten van hetzelfde basisproces: een doorlopende lasdraad wordt via een laspistool toegevoerd en smelt samen met het basismateriaal. De lasboog wordt beschermd door een beschermgas dat oxidatie voorkomt.
Het verschil tussen MIG en MAG zit in het gebruikte beschermgas: bij MIG gebruikt men een inert gas zoals argon (geschikt voor aluminium en RVS), bij MAG een actief gas of gasmengsel met CO2 (geschikt voor staal).
MIG/MAG lassen is de meest gebruikte lastechniek in de industrie. Voordelen:
- Hoge lassnelheid: geschikt voor grotere volumes en dikkere materialen
- Relatief eenvoudig te leren en breed inzetbaar
- Geschikt voor staal, RVS en aluminium
- Ideaal voor constructiewerk, frames, plaatstaal en herstellingen
- Kostenefficiënt bij grotere hoeveelheden laswerk
Nadelen van MIG/MAG: de lasnaad is minder fijn dan bij TIG, en er is meer opruimwerk na het lassen door spatvorming.
Wat is TIG lassen?
TIG (Tungsten Inert Gas) lassen — ook wel WIG-lassen genoemd — is een nauwkeurigere lastechniek waarbij een niet-afsmeltende wolfraamelektrode de lasboog opwekt. Het toevoegmateriaal wordt apart aangebracht. Een inert beschermgas, doorgaans argon, beschermt de lasboog en het smeltbad.
TIG lassen vereist meer technische vaardigheid van de lasser en is trager dan MIG/MAG, maar levert een beduidend hogere lasnaadkwaliteit op. Voordelen:
- Zeer nette, gladde lasnaad — minimale nabewerking nodig
- Geschikt voor dunne materialen en kleine lassecties
- Ideaal voor RVS (inox), aluminium en materialen die een hygiënische afwerking vereisen
- Geen spatvorming, minder rookontwikkeling
- Hoge precisie en controle over het lasproces
Nadelen van TIG: trager dan MIG, vereist meer vakmanschap en is duurder bij grotere volumes.
TIG of MIG: wanneer kiest u wat?
De keuze tussen TIG en MIG lassen hangt af van een combinatie van factoren. Hier zijn de meest bepalende:
Materiaal: Voor ongelegd constructiestaal is MAG lassen de standaard keuze. Voor RVS (inox) wordt afhankelijk van de toepassing gekozen voor MIG (RVS-draad met argon) of TIG. Voor aluminium is TIG of MIG met speciaal aluminium-draad gebruikelijk.
Materiaaldikte: TIG is geschikter voor dunne materialen (onder de 3-4mm) omdat de warmte-inbreng nauwkeuriger te beheersen is. Bij dikkere materialen is MIG/MAG sneller en even effectief.
Naadkwaliteit en afwerking: Als een gladde, representatieve lasnaad vereist is — zoals bij voedingsapparatuur, farmaceutische installaties of zichtbare constructies — is TIG de aangewezen techniek. MIG-lasnaden zijn ruwer en vereisen meer nabewerking.
Hygiënische vereisten: In de voedingsindustrie moeten lasnaden vlak, gladgeslepen en vrij van retentiezones zijn. TIG-lasnaden voldoen hier makkelijker aan en vereisen minder nabewerking om de gewenste oppervlaktekwaliteit te bereiken.
Snelheid en volume: Bij grotere constructies, dikker staal en herstellingen waarbij snelheid telt, is MIG/MAG de efficiëntste keuze. Voor precisiewerk aan kleine secties of leidingen is TIG ondanks de lagere snelheid de betere optie.
RVS lassen in de voedingsindustrie: TIG is de norm
In de voedingsindustrie is RVS het meest gebruikte materiaal voor constructies, leidingen en apparatuur. De reden is duidelijk: RVS is corrosiebestendig, hygiënisch te reinigen en bestand tegen de reinigings- en desinfectiemiddelen die in de sector worden gebruikt.
Voor het lassen van RVS in een food-omgeving gelden strenge eisen. De lasnaad mag geen poreusheid, scheuren of onregelmatigheden bevatten die als verzamelplaats voor bacteriën kunnen dienen. De naad moet gladgeslepen zijn of op zijn minst een oppervlaktekwaliteit hebben die hygiënisch reinigbaar is.
TIG lassen is in de voedingsindustrie dan ook de standaard. De techniek levert de nauwe, gladde lasnaden die vereist zijn, met minimale warmte-inbreng die verkleuring en oxidatie van het RVS-oppervlak beperkt.
FixForce beschikt over lassers met ruime ervaring in het TIG-lassen van RVS voor productielijnen, leidingwerk, opvangbakken, platforms en constructies in de voedingsindustrie.
Autogeen lassen en snijden: wanneer van toepassing?
Naast TIG en MIG/MAG is autogeen lassen en snijden een techniek die in specifieke industriële situaties wordt ingezet. Bij autogeen lassen wordt de smelttemperatuur bereikt door een acetyleen-zuurstofvlam — zonder elektrische lasboog.
Autogeen lassen wordt minder toegepast voor nieuwe constructies, maar blijft relevant voor:
- Reparaties aan gietijzeren onderdelen
- Soldeertoepassingen en loodwerk
- Situaties zonder beschikbare stroomvoorziening
Autogeen snijden (vlamboogsnijden of plasmasnijden) wordt wél veel gebruikt op locatie voor het snijden van dik staal, het verwijderen van beschadigde onderdelen of het maken van openingen in constructies. FixForce beschikt over de nodige apparatuur voor snijwerk op locatie.
Hardoplassen: slijtage bestrijden met de juiste laslaag
Een aparte toepassing van lassen is hardoplassen of hardfacing: het aanbrengen van een slijtvaste laslaag op onderdelen die onderhevig zijn aan sterke wrijving, impact of abrasieve belasting.
In de agro-sector, bulkgoederenbehandeling en graanverwerking zijn componenten zoals schroeftransporteurs, hoppers, chutes en slijtplaten continu onderhevig aan slijtage. Door tijdig te hardoplassen verlengt u de levensduur van deze onderdelen aanzienlijk en vermijdt u dure vervangingen.
FixForce voert hardoplaswerk uit op locatie, afgestemd op het te belasten materiaal en de gewenste slijtweerstand. We gebruiken daarvoor specifieke toevoegmaterialen zoals Hardox-compatibele lasdraden en hardfacing-elektroden.
De juiste techniek voor uw situatie
Als productiebedrijf hoeft u geen lasexpert te zijn. Dat is precies de reden waarom u een betrouwbaar lasbedrijf inschakelt. Maar het helpt wel om de basisprincipes te kennen, zodat u het gesprek met uw lasbedrijf gericht kunt voeren en de offerte beter kunt beoordelen.
Bij FixForce bepalen onze lassers op basis van de situatie ter plaatse welke techniek het meest geschikt is. We lichten toe wat we gaan doen en waarom. Als er keuzes zijn die impact hebben op de kostprijs of doorlooptijd, bespreken we die vooraf.
Conclusie
TIG en MIG lassen zijn complementaire technieken die elk hun eigen toepassingsgebied hebben. TIG biedt hogere naadkwaliteit en precisie, ideaal voor RVS, dunne materialen en hygiënische omgevingen. MIG/MAG is sneller, breder inzetbaar en geschikt voor constructiestaal en grotere reparaties.
De keuze hangt af van uw materiaal, uw toepassing en uw kwaliteitseisen. FixForce beschikt over de vakmanschap en materialen voor beide technieken en kiest de aanpak die het beste past bij uw specifieke situatie.
| Laswerk nodig aan uw RVS- of staalconstructie? Vraag een offerte via fix-force.be/offerte of bel +32 486 62 81 84. |